De bewoners van het Statenkwartier en buurtplatform Argus hebben op een geheel eigen manier het verlies van leefbaarheid aangepakt. In plaats van met de rug naar de overlast te gaan staan én zich terug te trekken op de 'eigen vierkante meter',  hebben de bewoners zich samengepakt. Samen met de gemeente en het bevoegd gezag hebben ze zich teruggevochten naar een goed woonklimaat. Ik vind dat een voorbeeld van goed burgerschap, waar menigeen nog een puntje aan kan zuigen.
Mooier is nog dat dit leef-  en woonklimaat daarin niet werd uitgewerkt in een mentaliteit van 'huisje - boompje - beestje' of een soort kleinburgerlijkheid van de afdeling 'twaalf in een dozijn'. Neen, de wijk heeft het ijkpunt van haar verbetering gezocht in een kwaliteit die in feite al aanwezig was: kunst en cultuur.
Er is geen enkele stadswijk in deze stad, waar de concentratie van kunst en cultuur zo dicht is én van een hoge kwaliteit.
Ik benoem het maar even: filmhuis Lumière, Marres Centrum voor Contemporaine Cultuur, klankwerkplaats Intro in Situ, Kumulus-West, theaterwerkplaats het Huis van Bourgondië, de voormalige brandweerkazerne als atelierverzamelgebouw en - sinds afgelopen donderdag - met haar nieuwe presentatieruimte 't Brandweer' én binnenkort het vernieuwde gebouw van het voormalige Lostheater.
Daarnaast is er natuurlijk een hoge concentratie van hier werkende en wonende beeldende kunstenaars.
Dat het Statenkwartier zich de titel 'Kunstkwartier' heeft toegeëigend is daarom terecht en evident. Het investeren in kunst en cultuur - als eminent belangrijke factor van stedelijke ontwikkeling - is iets, dat ik de gehele stad Maastricht zou willen voorhouden. Het Statenkwartier levert daartoe de bewijskracht. Ik wil dit - als wethouder van kunst en cultuur van deze stad - hier en nu zeer nadrukkelijk hebben vastgesteld.
WETHOUDER JEAN JACOBS (cultuur)